Margot Brouwer

Sterrenstof zijn wij, ontzagwekkende inzichten uit de wetenschap die hoop geven

Uitgeverij Querido


Sterrenstof zijn wij

Hoe breng je je denken bij elkaar als het gaat om het christelijke idee van de schepping van deze planeet en de wetenschappelijke inzichten van de sterrenkunde over het universum? Hoe breng je je gevoel bij elkaar als je bang bent om dood te gaan en het idee dat we een eeuwig bestaan hebben als sterrenstof? Hoe breng je een inzicht samen dat je een diep persoonlijk bestaan hebt met eigen keuzes in je leven en het besef dat je één met alles bent, en alles met het geheel. Wie ben je dan? Wat ben je dan? 


In haar prachtige boek ‘Sterrenstof zijn wij’ met als ondertitel ‘ontzagwekkende inzichten uit de wetenschap die hoop geven’ beschrijft Margot Brouwer die tegenstellingen uitgebreid, én neemt je als lezer mee naar de synthese ervan. Ja, tegenstellingen, maar er is een connectie, er is een verband en daarmee een antwoord. 


‘De antwoorden die ik heb gekregen vanuit het christendom komen niet overeen met de natuurwetenschap, en de natuurwetenschap geeft geen antwoord op de existentiële vragen die me aan het hart gaan. Hoe kan mijn natuurwetenschappelijke kennis zich ooit verhouden tot mijn diepgevoelde behoefte aan zingeving?’ 


Antwoord: Spinoza

Spinoza (1632-1677) had dezelfde zoekende geest, maar leefde in een tijd waarin dat niet werd gewaardeerd. Uitgestoten uit de Amsterdamse Joodse gemeenschap kwam hij, werkzaam als lenzenslijper,  in Rijnsburg terecht en schreef daar zijn Ethica, Ordine Geometrico Demonstrata. Ethiek uitgelegd volgens de methode van de meetkunde. 

In een boekje van ene Jan Knol, gereformeerd theoloog en oud-predikant leest Margot Brouwer in het jeugdhonk van haar kerk over Spinoza. Deze Jan Knol zal later in een interview zeggen: ‘Spinoza drukte precies in woorden uit wat al langer bij mij aan het groeien was: God is alles, er is niets buiten hem.’


‘Vanaf het moment dat ik Knols boekje begon te lezen’, schrijft Margot Brouwer, ‘kan ik niet meer stoppen. Het is alsof er een gewicht van mijn schouders wordt gelicht. Dit is het, denk ik bij elke zin: ‘het zijn: de God van Einstein en Spinoza, God ofwel de Natuur.’ 


Wat volgt is haar zoektocht in het boek om die gedachte te rijmen, te onderbouwen, om te draaien en weer rechtop te zetten. En die zoektocht is zo persoonlijk, zo oprecht, zo helder en goed geschreven, dat het me het hele boek heeft ontroerd. Natuurlijk begreep ik niet alles van de theorieën van de natuurwetenschap. Natuurlijk moest ik diep nadenken bij alle stellingen uit het boek Ethica van Spinoza, die ze overigens uitstekend beschrijft. En natuurlijk is haar achtergrond in het geloof niet altijd die van mij, maar wat een bijzonder boek is dit geworden! 


Ik kan zelf goed invoelen hoe je als gelovig mens het beeld van God als beeld zoals dat wordt voorgesteld, een God die zich persoonlijk met jou zou bemoeien, los moet laten omdat het niet stand houdt en toch een dieper weten van een God begrijpt omdat uiteindelijk wijzelf een deel zijn van dat goddelijke mysterie. Wij zijn sterrenstof. 


De synthese is hier dat we, ik, Margot Brouwer, het geloof in het goddelijke niet verliezen, maar juist vergroten. Het is niet alleen het geloof in een te krappe jas, waar wetenschap weggedoken moet zitten in een binnenzak, het is de almaar groter wordende jas van oneindige liefde. 

Geluk

Ik las onlangs het boek De gelukshypothese van Jonathan Haidt waar hij betoogt dat ons persoonlijk geluk niet afhangt van materiële zaken. Een inkopper zul je denken. Maar als we om ons heen kijken zien we dat veel mensen zich hebben vastgeklampt aan ‘dode’ dingen. Bezit dat ons steeds verder brengt van wie we zijn, ons ongelukkig, wreed en hebzuchtig heeft gemaakt. Dan, in hoofdstuk 9 van zijn boek, neemt Jonathan Haidt een afslag die ik nieuw en bewonderenswaardig heb genoemd. Het is het benoemen van wat we uit het oog hebben verloren, het heilige, het goddelijke. Hij beroept zich daarbij op de psycholoog Abraham Maslow, die schrijft: ‘Het universum wordt waargenomen als een verenigd geheel waarin alles wordt aanvaard en niets wordt veroordeeld of gerangschikt, egocentrisme en doelen nastreven verdwijnen terwijl de persoon samensmelt met het universum (en vaak met God); de waarneming van tijd en ruimte is veranderd, en de persoon wordt overspoeld door gevoelens van verwondering, ontzag, vreugde, liefde en dankbaarheid.’ 


Zonder het erkennen en beseffen van het heilige, het goddelijke, rest ons slechts de walging. 


‘De ingang om dit idee van goddelijkheid verder uit te werken in dit hoofdstuk is een opmerkelijke, maar heel doeltreffende, namelijk het begrip ‘walging’. Waarom zijn in het verre verleden de spijswetten en andere religieuze regels ontstaan? Vooral om de omgeving en de tribe te beschermen. Het eten van karkassen bijvoorbeeld was door besmetting slecht voor de mens en riep walging op. Het betreden van heilige plekken door niet-gelovigen riep walging op. Het zomaar zonder regels leven en alles uit de hand laten lopen, roept walging op. Natuurlijk moest ik denken aan de novelle ‘Walging’ van Jean Paul Sartre, waar de hoofdfiguur zich vol walging afwendt van de samenleving, maar ook van zichzelf. Hij kijkt in de spiegel, maar wie ziet hij daar?

Walging dus. Het sterke gevoel van velen van ons als we om ons heen kijken. Waar de moraal en ethiek verdwenen lijkt. Waar leugens waarheden worden, en waar waarheden gebruikt worden voor eigen gewin. Jonathan Haidt heeft het over moraliteit die in drie groepen samenvalt: de ethiek van autonomie, de ethiek van gemeenschap en de ethiek van goddelijkheid. Vooral de laatste twee worden node gemist.’


Geheim

Terug nu naar het boek van Margot Brouwer. In het laatste hoofdstuk schrijft zij: ‘Dit is het ware geheim van dit boek, en de beloning voor het feit dat je het tot hier hebt gehaald: jij gaat niet dood, je bent puur onsterfelijk bewustzijn.’  


Via haar beeld van God, en de existentiële vraag wie ik ben, ook na de dood, naar een weten dat we een eenheid zijn met God, of God in ons. En daar hebben de logische stellingen en inzichten van Spinoza bij geholpen. Let maar op.


Stelling 21: De Geest kan zich niets voorstellen, noch zich verleden zaken herinneren, dan alleen zolang het Lichaam bestaat. 


Omdat lichaam en geest volgens Spinoza één zijn, gelooft hij niet in een traditioneel hiernamaals. En toch bewijst hij direct daarop het volgende:


Stelling 22: Niettemin bestaat er in God noodzakelijk een voorstelling, die het wezen van de verschillende menselijke Lichamen onder het gezichtspunt van de eeuwigheid uitdrukt.


Hoe valt dit met elkaar te rijmen? En wat bedoelt Spinoza precies met ‘het gezichtspunt van de eeuwigheid’? 


Margot Brouwer haalt dan Thígh Nhất Hanh aan die aangeeft dat er een persoonlijke golf is in de zee, een golf die je herinnert aan wie jij bent, en een zee als de golf zelf. Je bent een golf in de golf. Je bent ‘ik’, maar je bent ook ‘zelf’ of beter ‘het’. 


‘De oneindige ruimte en tijd zijn vervat in jouw hier en nu. We zijn van Spinoza’s God als het oneindige multiversum aangekomen bij God als jouw diepste zelf.’ - Margot Brouwer


Met dat besef, dat waarnemen ook, begrijp je dat alles om je heen bestaat en existeert met jouzelf. Net zoals jijzelf niet bent zonder al het andere. Het is een logische gedachte die veel liefde laat ontspringen en ook de vraag: nu je dit weet, hoe manifesteer je dan al je handelen in het leven van nu? 


Ron van Es

Margot Brouwer had een mooi gesprek bij Annemiek Schrijver in het tv programma De Verwondering.
Kijk doe je hier. 


In de aanloop naar het lezen van het boek van Margot Brouwer, en zeker na lezing, gaf het mij de inspiratie om het gedicht ‘Alles’  te schrijven. Ik liet haar per mail het gedicht lezen. Zij schreef terug:

 

'Ik heb echt genoten van je gedicht. Het drukt precies uit wat ik in mijn boek probeer te zeggen, maar dan in zoveel minder woorden. Ik voel me dankbaar dat ik zoveel moois heb mogen en mag inspireren.'

Lees ook deze boeken

Verbinding verbroken, de ware oorzaken van depressie en de onverwachte oplossingen - Johann Hari  

Berghonger, vragen naar de onbekende weg - Fleur Jongepier

Het laatste woord, twijfelen aan zekerheden - René ten Bos