Arnon Grunberg

Mogen we nog een beetje leven?

Uitgeverij Atlas Contact


Mogen we nog een beetje leven?


Hoe word je een goed mens? Lena Bril schreef over die vraag een lang stuk in De Volkskrant. De reden was dat ze zelf een goed mens wilde zijn. Minder navelstaren, minder met jezelf bezig zijn, minder je eigen geluk zoeken. Ze zocht voorbeelden van mensen die een goed mens waren, of werden gevonden door anderen. Een hovenier die op TikTok zijn goede daden liet zien, een busbestuurder die in eigen buurt mensen hielp met busritjes en Rutger Bregman die met zijn nieuwe boek Morele revolutie de weg wees. het hele stuk is én vermakelijk, want de voorbeelden bleken toch vooral gemankeerde mensen te zijn, én schrijnend, want de vraag bleef staan: wanneer ben je dan een goed mens?


‘Rutger Bregman lijkt tot eenzelfde conclusie te zijn gekomen. In Morele revolutie slaat hij een andere toon aan dan in Morele ambitie: de consultancyretoriek is verdwenen. Deels komt dat door de vorm: Morele revolutie is geen zelfhulpboek zoals haar voorganger, maar een seculiere preek. Deels omdat Bregman terugblikt op zijn eerdere werk, zoals De meeste mensen deugen. (Mijn intuïtie zou daaraan toevoegen: het vaderschap heeft hem vast doen verzachten.) Hoe dan ook, op de vraag ‘wat is heilig?’ antwoordt Bregman nu: onze menselijke natuur, ons verlangen naar liefde.’


In zijn essay Mogen we nog een beetje leven? neemt Arnon Grunberg de lezers mee op eenzelfde zoektocht. Nu met de Bergrede van Jezus zoals we kennen uit Matteüs 5 van het Nieuwe Testament. Ken je die niet? Geen nood, die Bergrede is achterin het boek  meegenomen. Het essay is gepubliceerd naar aanleiding van zijn lezing voor de Amersfoortse Bergrede. Meerdere auteurs gingen hem trouwens voor. 


In het programma Buitenhof wordt Arnon Grunberg geïnterviewd door Twan Huys, met als inleiding: we zoeken allemaal naar verlossing. 


De toon is gezet. Grunberg begint in zijn essay: ‘De tekst is wat mij betreft bedwelmend, en dwingend in zijn voorschriften, zo dwingend dat de gehele spagaat van de westerse cultuur zonder deze tekst - en nogmaals, niets staat op zichzelf - onbegrijpelijk is.’ 


Ofwel Jezus heeft de lat wel erg hoog gelegd met zijn uitspraken. Hoe wordt je een goed mens? ‘Wat zegt Jezus precies in die rede? Dat eenieder die hongert naar gerechtigheid verzadigd zal worden en gelukkig worden genoemd, dat eenieder die treurt gelukkig moet worden genoemd, want hij zal worden getroost, dat jullie, lezers, maar ook natuurlijk de zieken en kreupelen die zich onder aan de berg hebben verzameld, het zout der aarde zijn en het licht der aarde.’


De tekst wordt door Arnon Grunberg tegen het licht van de actualiteit en het werk van denkers als Friedrich Nietzsche en Donald Winnicott gehouden en op praktische uitvoerbaarheid ingeschat. ‘Zoveel is zeker: antidepressiva of geen antidepressiva, instortende wereldordes of geen instortende wereldordes, God is dood of niet dood of halfdood, het verlangen naar verlossing is onverminderd groot.’


In het verlangen naar verlossing zoeken we dus richtlijnen, wetten, leefregels. Daar zijn er genoeg van gemaakt door de eeuwen heen, al dan niet met die Bergrede in gedachten. Zo is ook die tekst een ijzeren klem om de nek geworden, lijkt me. Houd je aan de regels en je zult een gelukkig, of in ieder geval, een goed mens worden. 


Maar is het niet de bedoeling, schrijft Arnon Grunberg met het denken van Donald Winnicott in gedachten dat we deze regels die als een wet zijn gaan fungeren ook los kunnen laten? Donald Winnicott leert ons dat voorwerpen, Arnon Grunberg haalt hier het konijn van zijn zoon aan, weliswaar heel belangrijk zijn om te leren omgaan met de wereld om ons heen (het helpt tegen angst en geeft veiligheid), maar dat het getuigt van groei als we die voorwerpen ook leren los te laten. Ofwel: de strikte regels, die te hoog neergelegde lat, mag ook worden losgelaten om dan te zien wie we zijn en hoe zelf kunnen handelen. ‘De wet wil een redelijk antwoord zijn op de relatieve onredelijkheid van de mensen, oftewel de wet wil het verlangen reguleren. Al zijn er ook wetgevers die ervan dromen het menselijk verlangen te castreren, te amputeren of anderszins af te schaffen.’ En die laatste zin is dus belangrijk.


In het verlangen naar een goed mens te zijn kunnen de regels ook gebruikt worden om je gevangen te nemen. Zoals Arnon Grunberg ook dat beroemde hoofdstuk uit de Gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevski aanhaalt waar Jezus, die plotsklaps in Sevilla tijdens de Inquisitie is teruggekeerd gevangen wordt gezet. Daar wordt hij opgezocht door de grootinquisiteur die hem voorhoudt dat ze het nu wel verder zonder hem goed af kunnen. Ze hebben zijn verhaal, zijn Bergrede, keurig vastgelegd in wetten die de mensen helpen en hebben geen behoefte aan tomeloze vrijheid. 


Arnon Grunberg schrijft: ‘Hoe prettig is de liefde en hoe prettig is de wet? dat transitieobject, dat onze agressie en vernietigingspogingen dient te weerstaan, en dat alleen zo, op die manier, waardevol kan blijken te zijn.’ 


Ik schreef eens het volgende over Manfred Kets de Vries, psychoanalyticus en zijn ideeën over Donald Winnicott die hij toepast in zijn eigen werken met leiders in het bedrijfsleven: ‘De belangrijkste opdracht voor Kets de Vries was hoe leiders, die door opvoeding, hun omgeving en eigen overtuigingen zo strak in een harnas waren gegoten, in beweging te krijgen om naar hun zwakke plekken te gaan. Daar zich af te vragen waar ze niet goed in zijn, wat hun angsten zijn, wat hun grootste obstakels zijn. Vragen waar ze misschien in het diepst van de nacht wel eens aan dachten, maar die ze nooit aan het daglicht hebben toevertrouwd, aan niemand. Zijn antwoord was, ik creëer een safe space. Of in zijn woorden: ‘een overgangsruimte’. Gebaseerd op het werk van kinderarts en psychoanalyticus Donald Winnicott, die geëxperimenteerd heeft met ‘overgangsobjecten’ die kinderen stimuleren tot zelfredzaamheid, en onafhankelijkheid om zich los van verzorgers te ontwikkelen. Kets de Vries gebruikt een overgangsruimte voor leiders die vastzitten in hun eigen logica. ‘De overgangsruimte is een plek voor spel en fantasie, een broedplaats voor creatief denken. Het is de plek waar processen als symboliseren, doen alsof, illusies, dagdromen, speelsheid, nieuwsgierigheid, fantasie en verwondering beginnen.’ 


Hoe een goed mens te zijn? Door de Bergrede letterlijk vast te leggen in wetten? Door die wetten blindelings te volgen en anderen erop te wijzen - goedschiks of kwaadschiks - dat ook te doen? Arnon Grunberg schrijft dan in zijn essay dat Jezus hier te veel vroeg. ‘De Bergrede heeft ons opgezadeld met het geweten dat steeds kwader werd zonder dat de mensen zelf er nou bijzonder veel op vooruitgingen’ ...’De Mensenvisser heeft van ons mislukkelingen gemaakt. Zij die niet vanbuiten onoogelijk waren moesten zich wel vanbinnen onooglijk gaan voelen, hij heeft de vreugde verplaatst naar een Koninkrijk dat na de dood komt.’


Ron van Es

Koop het boek hier (en doneer 1,32 van de vaste boekenprijs aan ons goede doel Stichting VoorleesExpress)


De Bergrede zoals die in het Nieuwe Testament terecht is gekomen, heeft een directe link met wat we de Gulden Regel zijn gaan noemen. ‘Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hen ook aldus.’ (Mat.7:12) Deze uitspraak komt namelijk in bijna elke cultuur en elk geloof voor, een regel om een mens te zijn voor en met elkaar. 


Confucius (551–479 v.Chr.) sprak tegen een leerling: ‘Bejegen je medemens met dezelfde hoffelijkheid, waarmee je een dierbare gast ontvangt. Behandel hem met hetzelfde respect, waarmee het grote offer gebracht wordt. Wat je zelf niet wilt, doe dat ook de ander niet.’ 

In het Taoïsme komt deze regel voor: ‘Slechts aan wie zijn eigen lichaam liefheeft als zijnde de hele wereld, mag de wereld worden toevertrouwd.’ 

In de Mahabharatha – het grote Indiase epos – lezen we dit: ‘Men moet nooit een ander aandoen, wat men voor zichzelf als kwetsend ziet. Dat is de kern van de regel van alle rechtschapenheid.’ 

De Boeddha leert: ‘Wat voor mij onwelgevallig en onaangenaam is, is voor anderen ook onwelgevallig en onaangenaam. Hoe zou ik dan een ander kunnen belasten met wat voor mijzelf onwelgevallig en onaangenaam is?’ 

Isocrates (436-338 v.Chr.) politicus bij de Oude Grieken schreef dit: ‘Doe andere mensen niet aan waarover je zelf verontwaardigd zou zijn, als je dat zelf zou moeten ervaren. 

Lees ook eens deze boeken

Alicja Gescinska - Vrouwen in duistere tijden, tien denkers van blijvende betekenis 

Gal Beckerman - Hoe word ik dissident?

Ece Temelkuran - Nation of Strangers, bouwen aan een nieuw thuis in de 21ste eeuw

Esther van Fenema, Joost Röselaers - Groter dan ik, een pyschiater en een predikant op zoek