Jonathan Haidt
De gelukshypothese, de waarheid van oude levenswijsheid
Uitgeverij Ten Have
De gelukshypothese
Jonathan Haidt is een sociaal psycholoog en nu vooral bekend van zijn boek Generatie stoornis, over de rol van social media bij kinderen. Bij de Betekenis Boeken Club schreef ik over dat thema eerder over het boek De aandacht verloren van Johann Hari.
In een eerder boek van Jonathan Haidt, oorspronkelijk uit 2006, maar hier opnieuw uitgebracht gaat het over dat andere actuele thema: ons geluk. Of beter, ons gelukkig willen zijn. Ook dat thema wordt nogal voortgestuwd door social media. We laten daar graag zien hoe gelukkig we wel niet zijn, en dat gaat dan weer gepaard met waar we gelukkig mee zijn. Ik hoef je hier niet uit te leggen dat er achter de schermen van dat geluk dan niet veel over blijft.
Niet voor niets schrijft Kees Klomp in zijn boek Ecoliberalisme dat het streven naar persoonlijk geluk vooral bedacht en tot in de puntjes uitgevoerd is door het bedrijfsleven.
‘De dominante versie van geluk in onze moderne, westerse samenleving is eigenlijk 'coping geluk' oftewel genot. Het zijn extrinsiek gecreëerde momenten van tijdelijke afwezigheid van pijn; momenten waarin we met succes worden afgeleid en/of de bestaanspijn tijdelijk weten te vermijden. De vergelijking met verslaving dient zich in dit kader aan. We gebruiken de consumptie van goederen als genotsmiddelen; als manieren om ons eventjes lekker te voelen.’
Jonathan Haidt schrijft dan ook dat geluk niet ontstaat wanneer we krijgen wat we willen en verbindt ons streven naar geluk met oude wijsheden. ‘Hij onderzoekt tien tijdloze ideeën, van denkers als Shakespeare, Aristoteles en Darwin, en toetst die aan actueel denken en praktische inzichten voor meer optimisme, betere relaties en innerlijke balans.'
Een van de eerste en krachtigste ideeën die Haidt introduceert, is de beroemde metafoor: de geest als ruiter op een olifant. 'De geest is verdeeld, net als een ruiter op een olifant, en de taak van de ruiter is om de olifant te dienen.' De ruiter vertegenwoordigt onze rationele, analytische kant – het deel van ons dat plannen maakt, ruzie maakt en gelooft dat het de baas is. De olifant is onze emotionele, automatische kant – onze instinctieve reacties, verlangens en instincten. Het addertje onder het gras? De olifant is enorm. Als hij ergens niet heen wil, heeft de berijder weinig kans om hem daarheen te sturen.
Voor veel mensen is logisch nadenken en beslissingen nemen de dagelijkse praktijk en is de realisatie dat onder dat denken er een olifant schuilgaat, die de feitelijke leiding neemt op juist die momenten dat je die beslissing neemt. Een andere, vaak genoemde metafoor, is die van de ijsberg. Boven het wateroppervlak te zien, daaronder niet, en juist daaronder is de ijsberg het grootst. Met andere woorden, ons gedrag is vaak het gevolg van een patroon dat gevoed wordt door onbestemde gevoelens, blauwe plekken uit het verleden en onzekere verlangens.
Jonathan Haidt geeft praktische inzichten over hoe je met die olifant kunt samenwerken in plaats van er constant tegen te vechten. Wat maakt ons dan echt gelukkig? De kern van het boek is dat het niet gaat om rijker, succesvoller of meer bewonderd te worden. ‘Geluk komt voort uit het creëren van de juiste relaties tussen jezelf en anderen, jezelf en je werk, en jezelf en iets groters dan jezelf.’
Het lijkt allemaal zo logisch, maar vergeet dus die olifant niet. De verleiding ligt altijd op de loer om losgeslagen of verleid door anderen je geluk te blijven zoeken in zaken die er eigenlijk niet toe doen. Het zijn dus simpele momenten – zoals lachen met goede vrienden, hard werken aan een project waar je in gelooft, of je onderdeel voelen van een gemeenschap die bijdragen aan je persoonlijke geluk.
Mooi om dan te lezen dat die zoektocht naar geluk van alle tijden is en dat er ook in oudere tijden oplossingen zijn geweest die nog steeds gelden. De stoïcijnen geloofden bijvoorbeeld dat veel van ons lijden voortkomt uit de verhalen die we onszelf vertellen over gebeurtenissen, niet uit de gebeurtenissen zelf. Moderne cognitieve gedragstherapie (CGT) zegt bijna precies hetzelfde – en toch heeft het tientallen jaren geduurd voordat we dat weer begrepen.
Nog een voorbeeld: boeddhistische leringen over meditatie en het loslaten van verlangen sluiten aan bij modern onderzoek naar mindfulness en het vermogen ervan om stress te verminderen en welzijn te verhogen.
Deze mix van oude en nieuwe verhalen geeft het boek een goede balans. Het is daarmee niet het zoveelste zelfhulpboek, maar leest als de geschiedenis van de mensheid die zich altijd afvraagt: waarom ben ik hier?
En dan.
Dan het opvallende 9e hoofdstuk in dit boek, ‘Goddelijkheid met of zonder God’. Bij die alles beheersende vraag ‘waarom ben ik hier’, een vraag die zeer actueel blijft voor de zoekende mens, stelt Jonathan Haidt in dit hoofdstuk vast dat we ons verloren hebben in een leven zonder ‘goddelijkheid’. Naast de tweedimensionale wereld van de verticale lijn van hiërarchie en de horizontale lijn van de omgeving - de Y-as en de X- as - is er ook steeds meer het besef van een derde lijn, de Z-as. Die as staat voor de morele emoties die ons tot de conclusie leiden dat onze menselijke geest gewaar wordt van een goddelijkheid en heiligheid.
Goddelijkheid of heiligheid is hier per se het geloof in God of goden bij Jonathan Haidt. Het is het besef dat een mens meer is dan vlees en bloed en emoties die hem meesleuren. De psycholoog Abraham Maslow heeft dat aangetoond met zijn humanistische psychologie, en noemde dat besef van meer-zijn ‘piekervaringen’.
Maslow schrijft: ‘Het universum wordt waargenomen als een verenigd geheel waarin alles wordt aanvaard en niets wordt veroordeeld of gerangschikt, egocentrisme en doelen nastreven verdwijnen terwijl de persoon samensmelt met het universum (en vaak met God); de waarneming van tijd en ruimte is veranderd, en de persoon wordt overspoeld door gevoelens van verwondering, ontzag, vreugde, liefde en dankbaarheid.’
De ingang om dit idee van goddelijkheid verder uit te werken in dit hoofdstuk is een opmerkelijke, maar heel doeltreffende, namelijk het begrip ‘walging’. Hoe zijn in het verre verleden de spijswetten en andere religieuze regels ontstaan? Vooral door de omgeving en de tribe te beschermen. Het eten van karkassen bijvoorbeeld was door besmetting slecht voor de mens en riep walging op. Het betreden van heilige plekken door niet-gelovigen riep walging op. Het zomaar zonder regels leven en alles uit de hand laten lopen, roept walging op. Natuurlijk moest ik denken aan de novelle ‘Walging’ van Jean Paul Sartre, waar de hoofdfiguur zich vol walging afwendt van de samenleving, maar ook van zichzelf. Hij kijkt in de spiegel, maar wie ziet hij daar?
Walging dus. Het sterke gevoel van velen van ons als we om ons heen kijken. Waar de moraal en ethiek verdwenen lijkt. Waar leugens waarheden worden, en waar waarheden gebruikt worden voor eigen gewin. Jonathan Haidt heeft het over moraliteit die in drie groepen samenvallen: de ethiek van autonomie, de ethiek van gemeenschap en de ethiek van goddelijkheid. Vooral de laatste twee worden node gemist.
Wie zijn we - dat idee van autonomie - ten opzichte van de gemeenschap om ons heen en het idee dat we meer zijn dan consumerende egoïstische mensen. Jonathan Haidt onderzoekt in dit hoofdstuk religieuze gemeenschappen in India, Brazilië en Amerika en schrijft: ‘Wanneer mensen denken in termen van de ethiek van goddelijkheid bestaat hun doel eruit de goddelijkheid die in iedere persoon huist te beschermen tegen ontaarding, en ze waarderen het leven op een pure en heilige manier, vrij van morele vervuilingen als lust, hebzucht en haat.’
In een wereld die alleen maar lijkt te gaan over macht en geld, en vastgelopen is in systemen waarin de mens ondergeschikt is gemaakt als een noodzakelijk kleine rader, is de ontheiliging bijna compleet geworden. De walging van het systeem breekt dan door de dijken. Logisch dat mensen in zo’n wereld zich niet gelukkig voelen.
Om ons persoonlijk geluk te dienen en te bewaken zullen we in onze eigen cirkel van invloed het heilige terug moeten brengen. Een ieder op een eigen manier. Met het ontzag voor het leven, de liefde voor de ander en de leefregels voor een gelukkig leven. Dat betekent simpelweg dat we ons omringen met het goede, met mensen die ons energie geven, we ver weg blijven van hebzucht en ontwijding van onze wereld.
Ron van Es
Koop het boek hier
Lees ook deze boeken
Berghonger, vragen naar de onbekende weg - Fleur Jongepier
In het boek beschrijft Fleur Jongepier haar relatie met bergen, of beter de honger om bij de bergen te zijn. Daar is ze iemand anders, of misschien beter: daar is ze wie ze is. ‘In de regel is het zelf op zeeniveau conservatief ingesteld - wil meer van hetzelfde - en het bergzelf eerder progressief: het wil verandering, iets nieuws of iets anders. Zeeniveau en bergzelf, dat is het perspectief.
Tijd is hoop, alle essays over de tijd - Joke J. Hermsen
In haar monumentale boek heeft Joke Hermsen haar stukken verzameld over denkers als Ernst Bloch, Hannah Arendt, maar ook over kunstenaars als Simeon ten Holt, Mark Rothko, en Marlene Dumas. Het boek is een daardoor een prachtige verzameling van stukken waar de tijd een hoofdrol krijgt. Niet de tijd van de chronologie maar de tijd van het moment, het toeval, die specifieke gelegenheid. Het is Kairos.
The Bright Side, een optimistische geschiedenis van de mensheid - Sumit Paul-Choudhury
In zijn boek diept hij dan dat idee van optimisme verder uit met de gedachte: ‘Maar als ik dan een optimist ging worden - en blijkbaar had ik weinig keus - wilde ik een soort optimisme bedrijven dat ik kon verdedigen vanuit meer dan zoiets vaags als een geloof.’