Brigitte de Swart
In licht bevroren
Uitgeverij Ambo|Anthos
In licht bevroren
Brigitte de Swart schreef een roman over de Joodse fotografe Emmy Andriesse. Zij was het die de foto maakte van een graatmager kind met een grote lege pan in de hongerwinter van de Tweede Oorlog. Die foto werd een icoon van die verschrikkelijke tijd én was het bewijs aan de Nederlandse regering in Londen dat de bevolking daadwerkelijk voedseldroppingen nodig had en kregen van de geallieerden.
Hoe was het om in die oorlog zo’n foto te (kunnen) maken? Wie was Emmy Andriessen? Met wie was zij? Hoe zagen de gesprekken binnenskamers eruit? Wat waren de plannen en ideeën? Daarvoor moet je wel een roman schrijven zoals Brigitte de Swart dat deed. De schrijver als een vlieg op de muur om alles te kunnen volgen.
Het verhaal rond en met Emmy is zo goed geschreven, zo levendig dat het mij onherroepelijk aan de films Soldaat van Oranje en Zwartboek deed denken. De bedomptheid van de huiskamers, het vluchtige van bezoekjes, want ze mogen niet weten dat ik er ben, maar ook het gelach, de kleine feestjes, de hoop op betere tijden.
‘Je neemt wel steeds meer risico, ook met fotograferen.'
Ik zucht. ‘Dat is iets wat ik moet doen, Dick, het enige ook wat ik kan. Wat zou jij in mijn plaats doen?
‘Hetzelfde, denk ik. Maar als vrouw…’
‘Wat nou als vrouw? Misschien loop ik als vrouwelijke fotograaf juist wel minder risico. Zoveel zijn er niet en daardoor vallen we minder op. En bovendien, ik kan heus wel mijn mannetje staan, hoor.’
Dick lacht. ‘Vertel mij wat. Maar hou het dan voortaan alsjeblieft bij je camera als wapen. Goed?’
In een interview in Parool vraagt de journalist Hanneloes Pen aan Brigitte de Swart: ‘U koos voor een roman maar bleef heel dicht bij de waarheid. Waarom geen non-fictie?’
Brigitte antwoordt: “Ik heb daar uiteraard over nagedacht, maar wilde vanuit Andriesse schrijven hoe ze de oorlog heeft beleefd. Ik beschrijf haar gedachten en reacties op gebeurtenissen, wilde dicht op haar huid zitten en de vrijheid hebben om haar verhaal invoelbaar te maken. Ik houd me vast aan de feiten en heb binnen de kaders van de feiten het fictieve toegepast. Dan is de roman de juiste vorm.”
Over Emmy Andriesse valt, gelukkig, meer te lezen, zoals die Wiki pagina over haar, of zoals Yvonne Twist naar aanleiding van het boek in De vrijdagavond, Joods Online Magazine, schrijft: ‘Met de straatfotografie tijdens de hongerwinter openbaarde Andriesse hoe politiek en maatschappelijk onrecht het leven van gewone mensen binnendringt en ontwricht. In die zin was zij haar tijd ver vooruit, een unieke fotograaf, zoals Käthe Kollwitz in haar tijd de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog en de armoede daarna in beeld bracht.’
Maar om dat materiaal, de verhalen over je hoofdpersoon ook zo te schrijven dat er een roman ontstaat, een beleefde wereld van toen, met alle tegenslagen en soms voorspoed, dan heb je een uitstekende 'pen' nodig zoals die van Brigitte de Swart.
‘Hoe was het daar trouwens, in het kamp bedoel ik?’
Ik zie hoe Cas verstijft. Hij staart voor zich uit, zijn gezicht in een kramp alsof hij er weer even is, zijn handen bewegingloos boven het ontwikkelbad. Dan gaat er een siddering door zijn lijf en lijkt hij zich te herpakken. Hij schraapt zijn keel.
'Help je me nog?’ Hij laat het fotopapier in de ontwikkelaar glijden en geeft de bak een klein zetje. De vloeistof golft over het papier heen en weer. ‘In beweging houden,’ zegt hij en hij duwt een tangetje in mijn hand.
Ik bijt op mijn lip, tik het papier heen en weer in de bak. Met een schuin oog kijk ik naar Cas die tegen de muur geleund een sigaret staat te roken.
‘Was het zo erg?’ fluister ik.
‘Nog erger,’ zegt hij met gebroken stem. ‘Ik kan er niet over praten.’
Ron van Es
Koop het boek hier