Willem Jan Otten, Paul van Dongen

Amen, essay over bidden

Uitgeverij Skandalion


Amen


Er zijn boeken die je iets willen uitleggen, en boeken die je ergens naartoe willen brengen. Amen van Willem Jan Otten behoort onmiskenbaar tot die tweede categorie. Het is geen betoog, geen handleiding, geen verdediging van het geloof. Het is een verslag van een innerlijke verschuiving — aarzelend, soms schurend, maar onmiskenbaar eerlijk. Wie dit boek leest in de verwachting antwoorden te krijgen, zal teleurgesteld zijn. Wie bereid is zijn vragen serieus te nemen, zal zich gezien voelen.

In Amen beschrijft Otten zijn weg naar het christelijk geloof, maar dat woord “weg” is misleidend. Het suggereert richting en voortgang, terwijl dit boek juist laat zien hoe geloof ontstaat in stilstand, in weerstand, in niet-weten. Otten komt niet tot geloof door overtuiging, maar door confrontatie. Niet door zekerheid, maar door het langzaam wegvallen van alternatieven.

Wat het boek bijzonder maakt, is dat Otten niets romantiseert. Bekering wordt hier niet gepresenteerd als een bevrijdende climax, maar als een verlies van autonomie. Het “amen” uit de titel is geen triomfantelijke instemming, maar een kwetsbaar toegeven: het is zo, ook al begrijp ik het niet. In die zin is Amen geen religieus boek in de gebruikelijke betekenis, maar een existentieel verslag van wat er gebeurt wanneer het denken zijn eigen grenzen tegenkomt.

De toon van Otten is bedachtzaam, soms streng, maar nooit dogmatisch. Hij wantrouwt grote woorden en snelle conclusies. Dat maakt zijn stijl verwant aan wat je bij Anthony de Mello zou kunnen noemen: geen spirituele opsmuk, geen geruststellende clichés, maar een consequente uitnodiging tot wakker worden. Waar De Mello zijn lezers vaak wakker schudt met paradox en ironie, doet Otten dat met intellectuele eerlijkheid. Hij laat zien hoe het geloof niet ontstaat ondanks twijfel, maar er juist doorheen.


Een terugkerend motief in Amen is verzet. Otten verzet zich tegen het idee van God, tegen overgave, tegen gehoorzaamheid. Niet omdat hij niet gelooft, maar omdat hij te scherp ziet wat geloof vraagt. In dat opzicht is hij een ongemakkelijke gelovige — en juist daardoor geloofwaardig. Hij weigert het geloof te reduceren tot troost of zingeving. Geloof is hier geen oplossing voor het leven, maar een onderbreking ervan.

Zoals bij De Mello is ook bij Otten aandacht essentieel. Niet aandacht als techniek, maar als houding. Otten kijkt nauwkeurig, leest langzaam, denkt precies. Hij neemt niets aan zonder het eerst te laten wringen. Dat maakt het boek soms veeleisend. Amen vraagt tijd, stilte, herlezing. Het is geen boek om “even” tot je te nemen. Maar wie die ruimte geeft, merkt dat er iets verschuift — niet zozeer in overtuiging, maar in gevoeligheid.

Wat bijzonder sterk is, is Ottens omgang met taal. Hij weet dat woorden zowel onthullen als verhullen. Theologische begrippen worden door hem niet gebruikt om iets af te sluiten, maar om het open te breken. Het woord “God” blijft problematisch, schurend, ongrijpbaar. En juist daarin wordt het serieus genomen. Net als bij De Mello wordt het heilige hier niet beschermd door plechtigheid, maar door eerlijkheid.

Toch is Amen geen somber boek. Er is lichtheid, maar een lichte lichtheid — geen optimisme, eerder helderheid. Otten ontdekt dat geloof niet betekent dat het leven begrijpelijker wordt, maar dat het onbegrijpelijke niet langer ontkend hoeft te worden. Dat is een subtiel maar wezenlijk verschil. Waar het ego controle zoekt, vindt geloof rust in het loslaten daarvan.

Voor sommige lezers zal Amen te intellectueel zijn, te weinig praktisch. Er zijn geen oefeningen, geen richtlijnen, geen spirituele tips. Maar dat is precies de kracht van het boek. Het nodigt niet uit tot doen, maar tot zien. En zoals De Mello keer op keer benadrukte: zien is genoeg. Verandering volgt vanzelf, of helemaal niet — en ook dat moet worden toegestaan.

In de laatste indruk blijft Amen vooral hangen als een boek over eerlijkheid. Eerlijkheid tegenover jezelf, tegenover taal, tegenover het mysterie dat zich niet laat reduceren tot ideeën. Het is een boek dat geen gelovigen wil maken, maar mensen die niet langer doen alsof ze weten.

Wie bereid is die onzekerheid niet te vullen maar te verdragen, zal in Amen een zeldzame bondgenoot vinden. Geen gids die de weg wijst, maar een stem die naast je blijft staan terwijl je ontdekt dat er misschien helemaal geen weg is — alleen een stil, onontkoombaar ja.


Ron van Es

Koop het boek hier

Lees ook deze boeken

Rupert Spira

Gebed als verstilling

Anthony de Mello - De weg van stilte

Shoukei Matsumoto

Werk als een monnik, boeddhistische lessen voor het moderne leven

Loïs Eijgenraam, Michaëla Westera

13 heilige nachten, handboek voor inspiratie en bezinning in de stilste tijd van het jaar