Thomas D’hooge
Stilstaan bij de toekomst, voor wie houvast zoekt in een wereld vol verandering
Stilstaan bij de toekomst
Ik leerde ooit een belangrijke les over de toekomst. De toekomst is niet de tijd in de chronologische zin, een tijd van verderop, een tijd die komen gaat, nee, de toekomst is de persoonlijke ontwikkeling als mens, maar die sterk verbonden is met een groter geheel, het universele deel. Zo is de toekomst tegelijk het verleden, het heden en dat alles wat er nog verder is. Toekomst is dus niet waar je op moet wachten, de toekomst is iets wat er al is en dat zich ontdekken laat.
Thomas D’hooge heeft in zijn boek over de toekomst de insteek dat ‘de toekomst geen gegeven is dat ons overkomt, maar een open ruimte die telkens opnieuw wordt ingevuld.’ Die zin is belangrijk, want daarmee vraagt hij de gejaagdheid los te laten én de angst voor een (ongewisse) toekomst en op onderzoek te gaan. Met een open blik, in vertraging.
We zullen zien of Thomas D’hooge en ik dan op dezelfde les uitkomen die ik hierboven schetste.
De reis
Het boek is opgebouwd als een kleine reis, en is onderverdeeld in de hoofdstukken Negeren, Afbakenen, Zien, Verwachten, Voelen, Kennen en Vertellen.
In Negeren gaat het over de tactiek om de toekomst niet te willen zien. Teveel bezig is het nu, het oplossen wat voor je voeten ligt, zonder zicht waar het naartoe zou kunnen gaan. ‘Niet een tekort aan data, maar een tekort aan taal, ritme en ruimte belemmert betekenisvolle omgang met morgen.’ We zouden dus eens de ogen van de bal moeten halen en naar het hele veld moeten kijken om te zien hoe het spel ook zou kunnen gaan.
In Afbakenen betoogt Thomas D’hooge dat de toekomst geen pad is dat makkelijk te volgen is. De toekomst is niet uit te drukken in technologie, innovatie of visies op trends. De toekomst is te grillig en is ‘een veelvoud aan mogelijkheden die zich telkens opnieuw ontvouwen in het samenspel van keuzes, omstandigheden en externe factoren.’ Het afbakenen van het idee van de toekomst als daar, straks en de jaren hierna, maakt ook dat we de tekenen van de toekomst in het hier en nu over het hoofd zien.
In Zien gaat het natuurlijk over dat we echt zien, kunnen zien of willen zien. Waar zijn we zo gefocust op en wat zien we dan over het hoofd? Maak het zicht groter, kijk onder en boven, kijk verder dan de kille cijfers je zichtbaar denken te maken.
In Verwachten beschrijft Thomas D’hooge de valkuil van zoveel opiniemakers, politici en leiders, enkel dat verwachten wat je wilt verwachten. ‘Onbevraagd kunnen ze leiden tot blinde vlekken en tunnelvisie, waardoor andere mogelijkheden buiten beeld blijven.’ Hier gaat dus om een houding die zowel naar buiten als naar binnen gericht is.
In Voelen gaat het over de emoties, ‘ze maken zichtbaar wat voor ons op het spel staat en bepalen hoe we ons verhouden tot onzekerheden. Niet kennis of cijfers op zich, maar gevoelens van angst, hoop, woede, verlangen, verwondering en aanvaarding geven richting aan de manier waarop we toekomstige scenario’s ervaren en beoordelen.’
Even een pauze
Hier even een pauze met de reis van het boek, want in dit hoofdstuk over Voelen raakt Thomas D’hooge voor mij een essentieel onderdeel van ons mens-zijn aan. Ons voelen geeft ons allerlei uiterlijke emoties - angst, onzekerheid, hoop, somberheid, opgewektheid - maar die emoties worden door iedereen soms anders ervaren. Dat is ook de reden dat mensen zo verschillend zijn en verschillend omgaan met situaties. In het kader van dit boek: de toekomst. Maar onze emoties zijn altijd een uiting van die onderlaag van ons bestaan, onze gevoelens, die een informatiebron zijn. Naast denken is er dus gevoel. En de meest belangrijke ingang om bij die gevoelens te komen is het verlangen. Verlangen is dus het voertuig.
Luister en kijk dus naar je emoties, maar leg de weg vooral terug naar dat gevoel dat er altijd achter ligt. Thomas D’hooge schrijft dan ook terecht: ‘Stilstaan bij hoe we ons voelen over de toekomst is daarom onmisbaar. Het maakt zichtbaar wat voor ons waardevol is, helpt omgaan met onvoorspelbaarheden en opent ruimte voor verbeelding en veerkracht.’
Dat betekent dus dat we ons in het denken over en leven in de toekomst altijd op dezelfde vraag zullen stuiten: wie ben ik en waar ben ik op weg naartoe? Zie, hier is dus die les over persoonlijke ontwikkeling die zal leiden naar een toekomst die al besloten ligt in jezelf. En die omvatten, begrijpen en omarmen maakt dat we toekomst in een omgeving om ons heen ook kunnen vormgeven op de best mogelijke manier.
Terug
Terug naar het boek. Kennen. ‘Kennis over de toekomst is altijd voorlopig, gekleurd door waarden en belangen, gevoelig voor illusies en kwetsbaar voor onverwachte wendingen.’
En tenslotte Vertellen. ‘Verhalen over de toekomst zijn geen decorstukken.' Denk aan films zoals Interstellar, prachtige en indrukwekkende film die door de verhaallijnen veel meer zichtbaar maakt dan alleen een beeld van de toekomst. Wie zijn we als mens, wat verlangen we, hoe speelt liefde die belangrijke rol tussen ons en vooral met wie zijn we in dat universum dat zoveel meer is? Laten we dus verhalen vertellen over dat wat we al veel langer weten, denk ook aan de mythen van hen die ons voorgingen naar de toekomst.
Verschil
En dus, helemaal op het eind van zijn boek, in die ene zin die Thomas D’hooge daar schrijft, verschillen wij dus van mening. ‘Het slot is tegelijk eenvoudig en radicaal: de toekomst bestaat nog niet.’
De oplossing voor het nog niet bestaan van de toekomst maakt dat Thomas D’hooge de lezer oproept om in vrijheid naar die toekomst te kijken. ‘Dan kunnen we van koers veranderen, nieuwe dingen proberen, andere verhalen vertellen.’
Voor mij ligt de toekomst in ons besloten. Niet in de uiterlijke zin, niet als een vastomlijnd plan dat ingegeven is door een ‘hand van boven’. Maar in ons als het meest menselijke verhaal dat antwoord geeft waar we op weg naartoe zijn. Dat ontdekken maakt dat we altijd en elke beslissing over een toekomst zullen toetsen aan onszelf. Aan dat innerlijke weten.
Een zingevende toekomst kunnen we ons nog wel voorstellen, maar kunnen we ons ook voorstellen dat die behoefte aan zingeving ons wordt ingegeven door een groter bewustzijn? Een dieper besef van een kosmisch ‘geheel’ waar we deel van uitmaken? Een ‘bron’ dat (of die) ons handelen een ethisch fundament geeft? Het bewijs voor een dergelijk bewustzijn ligt niet alleen bij ons, onze behoefte om het te begrijpen, te staven met data, maar ligt in het waarnemen van het zichtbare (Aristoteles) én het niet-zichtbare (Plato). Ligt dus in ons DNA van onze toekomst.
Ron van Es
Lees ook deze boeken eens