Mara van der Lugt

Hoopvol pessimisme

Uitgeverij Boom


Hoopvol pessimisme

Een belangrijke leidraad in het boek Hoopvol pessimisme van Mara van der Lugt is het schilderij Hope van de schilder George Frederic Watts. In december 1885 schreef hij aan zijn vriendin Madeline Wyndham: 'Hoop die op een wereldbol zit, met geblinddoekte ogen, spelend op een lier waarvan alle snaren gebroken behalve één. Uit dat ene snaartje probeert ze alle mogelijke muziek te halen, terwijl ze gespannen luistert naar dat kleine geluid - wat vind je van dat idee?'

Door de jaren heen zijn er nogal wat verschillende meningen geweest of het schilderij echt wel hoop uitbeeldde? Is het hoop om geblinddoekt met slechts één snaar naar dat geluid te luisteren? Mara van der Lugt is er met al die verschillende meningen ook niet uit, en schrijft zelf: 'Als Hope één kern heeft, dan is het de dubbelzinnigheid - het verzet tegen een eenduidige lezing. (...) Het is juist omdat het ons herinnert aan een aspect van hoop dat vaak over het hoofd wordt gezien: de dubbelzinnigheid ervan.'

Hoop en pessimisme - twee uitersten in levensstijl. Maar is dat zo? Daar gaat dit boek over van Mara van der Lugt. Ze is filosoof en werkzaam aan University of St Andrews in Schotland. Publiceerde meerdere boeken, o.a. 'Pessimism and the Problem of Suffering' en is nu bezig met het project 'Existential Gratitude and Spirituality'.

In een essay voor De Groene Amsterdammer schreef zij over haar boek en het thema hoop: 'Dit is iets waar we vandaag de dag aan voorbij dreigen te gaan. Het is nu eenmaal duidelijk dat niet alle hoop goede hoop is. Als een CEO hoopt te profiteren van de klimaatcrisis, of als een politiek leider hoopt dat klimaatverandering zal overgaan zonder er ook maar iets aan te willen doen, dan kan dat wel hoop zijn, maar geen hoop die de moeite waard is. Dit is het punt van Greta Thunberg, maar ook van schrijfster Rebecca Solnit: hoop zonder handeling blijft leeg en nutteloos, ‘hope should shove you out the door’. Zo ziet ook filosoof en theoloog Cornel West het: ware hoop moet en mag iets kosten; wantrouw elke hoop die te gemakkelijk komt.'

Hoop is een actieve daad en heeft een directe relatie met pessimisme dat de brandstof wordt om in beweging te komen. Zo is hoopvol pessimisme, 'dat we blijven streven naar verandering, zonder zekerheid. Zonder de garantie dat onze inspanningen zullen slagen - maar met de overtuiging dat we doen wat nodig is, wat juist is, wat van ons gevraagd wordt als morele wezens in een tijd van crisis.'

Daarin volgt Mara van der Lugt ook het beeld dat Jane Goodall schetste in haar The Book of Hope: 'Hoop wordt vaak verkeerd begrepen. Mensen denken vaak dat het gewoon passief wensdenken is: "Ik hoop dat er iets gebeurt, maar ik doe er zelf niets aan." Dat is precies het tegenovergestelde van echte hoop, die actie en betrokkenheid vereist.'

Ik las een tijd geleden het boek 'Apocalypsofie, over recycling, groene groei en andere gevaarlijke fantasieën' van een andere filosoof Lisa Doeland. Zij betoogt dat het al te laat is voor de mensheid, geen vijf voor twaalf, maar we zijn er ver aan voorbij. 'We hebben het met deze planeet al te ver laten komen. ‘Zo denk ik dat het belangrijk is om ons de toekomst niet rooskleurig voor te stellen, misschien zelfs apocalyptisch, juist om een andere toekomst denkbaar en mogelijk te maken.'

Heel eerlijk, ik had grote moeite toen ik het boek begon te lezen, en ik realiseerde me ook dat dit haar bedoeling was. Het boek is geen doekje voor een bloeden, een Deus Ex Machina met de belofte dat het dan toch nog goed komt, maar wijst ons, mij, op het leven van ‘uitsterfelijkheid’. Hoe kan de filosofie ons leren om uit te sterven? Geen ecomodernisme, waar nieuwe uitvindingen en de innovatieve geest van de mens ons zal behoeden voor de teloorgang die we zelf veroorzaakt hebben.

Uiteindelijk is het boek van Lisa Doeland - dat misschien pessimistisch hoopvol zou kunnen heten - ook een oproep tot actie. Misschien niet de actie waardoor alles toch nog goed komt, maar wel een actie om je leven onder ogen te zien. Zelf zegt ze in een interview: ‘Omarm de beperkingen van het leven. Geen vliegvakantie, vlees of auto voor de deur meer. Probeer terug te denken aan die momenten in je leven waarin je beperkt was in je mogelijkheden en hoe inventief en creatief je je voelde. Maar misschien ook wel aan de opluchting die dat kan losmaken. Dat je dat niet allemaal meer hoeft. Geen druk maar vrijheid.’

Van het schilderij Hope zijn twee versies geschilderd. De eerste versie is vooral de kleur groen aanwezig, de tweede versie die George Frederic Watts schilderde, zie hier boven, is het de kleur blauw die dragend is. Mara van der Lugt neemt ons dan in haar boek mee met dat onderscheid, de groene hoop en de blauwe hoop. De groene hoop is is een 'vorm van hoop die wordt gekenmerkt door de nadruk rationele 'gronden voor hoop' -bijvoorbeeld recente succesverhalen of concrete redenen om verandering te verwachten - en door een verwachting van positieve uitkomsten.' Is het daarom dat veel projecten, bedrijven, politieke partijen altijd een kleur groen kiezen? Tegen beter weten in, zegt dan Lisa Doeland. Het groene doekje voor al het bloeden? En, denk ik dan, zijn we niet alsnog moedeloos geworden van die mooie beloften met die kleur groen dat als we maar ons best doen het toch nog goed zal komen?

De kleur blauw, het tweede schilderij van George Frederic Watts, omschrijft Mara van der Lugt dan als 'blauwe hoop'. 'Een vorm van hoop die, in tegenstelling tot groene hoop, niet gericht is op resultaten, maar de waarde ontleent aan toewijding, ongeacht de uitkomst.' Daarmee haalt ze opnieuw de Amerikaanse filosoof en activist Cornel West aan. 'Als je over hoop spreekt, moet je een lange afstandsloper zijn. Dat is moeilijk in onze cultuur, waar we gewend zijn aan snelle oplossingen. Maar moreel langeafstadsloper zijn betekent: blijven strijden omdat het juist is, omdat het moreel is, omdat het rechtvaardig is.

In het boek 'Hoop, over een wijze verhouding tot de wereld'  van de historicus Philipp Blom schrijft hij over dat idee van hoop: 'Als we over hoop praten, dan praten we eigenlijk daarover. Over een persoonlijk idee van zin, van een zin die groter is dan jijzelf, van een verhaal, een gemeenschap, iets waarmee je je kunt identificeren. Dat kan een maatschappelijk doel zijn, te maken hebben met familie of werk. Maar zonder zin is het heel moeilijk een hoopvol leven te leiden.’

Blauwe hoop gaat dus over leven vanuit de zin van het eigen bestaan, en met de anderen om je heen, in de hoop op een gemeenschap, een relatie, een wil- tot- bestaan, zoals Viktor Frankl ons voorhoudt.

This means that hope has an earned understanding of the sorrowful or corrupted nature of things, yet it rises to attend to the world even still. We understand that our demoralisation becomes the most serious impediment to bettering the world. In its active form, hope is a supreme gesture of love, a radical and audacious duty, whereas despair is a stagnant rejection of life itself. Hope becomes the energy of change.'  - Nick Cave in zijn Faith, Hope and Carnage 

'Blauwe hoop', schrijft Mara van der Lugt, 'betekent dat we fundamentele onzekerheid onder ogen zien, maar tegelijkertijd vasthouden aan een diepere, andere vorm van zekerheid: de overtuiging dat we het juiste hebben gedaan.' 


Ron van Es

Koop het boek hier

Lees ook deze boeken 

Philipp Blom
Hoop, over een wijze verhouding tot de wereld 

Lieke Marsman - Op een andere planeet kunnen ze me redden

Geloof, Hoop & Ravage - Nick Cave & Seán O'Hagan 

Lisa Doeland

Apocalypsofie, over recycling, groene groei en andere gevaarlijke fantasieën