De Ander, van gezicht tot aangezicht

“Het is niet jij die de wereld een plaats geeft, maar het is de Ander, die jou aanspreekt, appelleert en jou een plaats geeft." - Emmanuel Levinas

Is de ander dan mijn andere zelf of mijn tegenover?
Wat als ik geen 'ander'-mens ben?
Hoe leer ik omgaan met de ander?


De aanblik van de ander is het kernthema in het boek van Dirk De Wachter, ‘Vertroostingen’, een boek dat begint bij het constateren van zijn eigen ziekte, de kanker, om dan uit te wijden over de vele vormen van troost die we zo nodig hebben. De troost bij de ander. De troost van het kleine goede. De troost van de rituelen. De troost van het samenzijn. De troost in de filosofie.


Dirk de Wachter kan zijn reis met zijn ziekte treffend omlijsten met die alomtegenwoordige behoefte aan troost. Zoals zijn ontmoeting met die verpleger op de intensive care. ‘Die man passeerde mij maar één dag en één nacht in mijn leven, maar ik zie hem nog altijd voor mij. Zijn aanwezigheid, zijn geëngageerde aanwezigheid maakte die dag en die nacht het verschil. Dat was de kern: er willen zijn voor iemand. Hij waste me en hoe ongemakkelijk ik dat normaal zou vinden, zo verrassend troostend was het om me aan die complete machteloosheid te kunnen overgeven.’


Dat is de basis van troost, schrijft Dirk De Wachter hier. Niet vanuit de eigen stelling de ander zien of bestoken met een mening, of nog erger, maar de ander ontmoeten. Dirk De Wachter schrijft dan over twee soorten troost die belangrijk zijn. De eerste soort is de troost die zich buigt over het verdriet. Dat is de troost die we nodig hebben als ons iets overkomt, een verlies, een afscheid. De tweede soort troost is de troost over het leven zelf. De troost die we zo nodig hebben omdat we ons realiseren dat het bestaan zelf soms zo moeilijk is. Zo onbestaanbaar. Als je de krant leest. Als je opslag van vermoeide ogen van iemand ziet. 


De Ander

Dirk De Wachter schrijft in zijn boek veel over de Franse filosoof Emmanuel Levinas. Emmanuel Levinas is de filosoof geweest die bekend werd door de mens tegenover ons ‘de Ander’ te noemen. In een van zijn bekendere uitspraken klinkt dat zo: “Het is niet jij die de wereld een plaats geeft, maar het is de Ander, die jou aanspreekt, appelleert en jou een plaats geeft."


De andere mens is de tegenover schrijft Dirk de Wachter waar we troost uitputten. Troost in het vinden. Maar vooral in wederkerigheid. Prachtig is zijn ontmoeting in het ziekenhuis met een poetsvrouw, zoals hij dat noemt. Als hij diep ongelukkig en verschrikkelijk eenzaam in zijn ziekenhuisbed ligt, komt zij binnen. 


‘Mag ik met u spreken? Heeft u even tijd? Mag ik u iets vertellen? Ze excuseerde zich. Ze vroeg if i could speak English. poetsvrouwen in ziekenhuizen komen uit verre streken. We praatten en zij begon haar verhaal te vertellen. (…) De woorden en zinnen die ze gebruikte waren heel eenvoudig. Het waren gewone woorden. Ik luisterde en wat ze zei, bracht een soort rust over me. Iemand sprak met me. Niet meer dan dat. Maar iemand zag me, zij, die dame uit Tibet, met haar bezem in haar hand. Toen verontschuldigde ze zich, omdat ze door dat te vertellen niet tot poetsen was gekomen. Dat geeft niet, zei ik, duid op uw blad maar aan dat u wel poetste. Dank u wel. Dank u wel. Dank u wel dat u met mij gesproken heeft. Ik had het nodig. Ik heb er veel aan gehad.’

Het is de troost van het kleine goede, schrijft Dirk De Wachter verderop in zijn boek. ‘Als iets troost is, dan is het dat kleine goede van Levinas dat dicht bij vriendelijkheid zit. Het is de mens die er voor u is. De mens die iets voor u doet. Iets kleins. Iets onschuldigs. Iets dat vermoedelijk geen moeite kost en dat zomaar, met een knippering van het oog, aan de aandacht zou kunnen ontsnappen.’

Mensen kennen

In zijn boek ‘De kunst van mensen kennen’ gaat David Brooks in op de kunst om andere echt te zien te verbeteren. Hoe communiceer je met de mensen om je heen? Welke vragen stel je en hoe luister je? Het lijken gewone sociale skills die we langzamerhand verloren zijn in dit digitale tijdperk van naar schermen turen.


In het laatste hoofdstuk ‘Wat is wijsheid’ raakt Brooks iets bijzonders aan, waar ik nu even op wil ingaan en dat is het begrip ‘waarheidsgemeenschap’. ‘Er gebeurt iets grappigs met mensen die deel uitmaken van een waarheidsgemeenschap. Iemand heeft een gedachte, die je zou kunnen zien als een klein circuit in zijn brein. Als iemand die gedachte deelt en een ander die ontvangt, zit het circuit opeens in twee breinen. Als een hele klas de gedachte in overweging neemt, zit de gedachte zomaar in vijfentwintig breinen. Onze breinen zijn met elkaar verstrengeld. De cognitieve wetenschapper Douglas Hofstadter noemt die circuits ‘lussen’. Hij stelt dat we, als we communiceren en die lussen door verschillende breinen gaan, denken als één collectief organisme.’


Elkaar zien, of zoals David Brooks schrijft, elkaar kennen, kan dus ook op een heel ander niveau van communicatie. Zo werkt David Brooks ook het idee uit van mensen die uit verbinding zijn met anderen — hij noemt hen ‘verkleiners’ en mensen die in verbinding met anderen zelf floreren — hij noemt hen ‘verlichters’. Hij borduurt daarmee verder op een concept dat de filosoof Martin Buber meer dan 100 jaar geleden al beschreef als ‘Ich und Du’. In het zien van de Ander is er een verbinding tussen de ik en de jij. Op het moment dat die verbinding niet ervaren wordt en de ‘ik’ de Ander vooral als gebruiksvoorwerp ziet, dan is er geen ‘ik en jij’ meer, maar ‘ik en het’. De Ander is een Het geworden.


‘Er kunnen zich in een waarheidsgemeenschap magische momenten voordoen als mensen kristalhelder, oprecht en respectvol spreken.’ David Brooks


Samen
In het kennen van mensen zul je dus jezelf mee moeten brengen om dat wat gekend kan worden ook bij jezelf te herkennen. Vragen stellen is niet vragen naar de bekende weg, maar vragen naar dat wat zich wil ‘openbaren’ tussen ons in. Een gesprek is daarmee altijd een meerwaarde en een ontdekking.


Ontmoeten, zien en gezien worden, Ap Dijksterhuis noemt dat sociale gezondheid in zijn  boek ‘Naar een nieuw samen, een pleidooi voor meer verbinding’. ‘De grootste bedreiging is een slechte sociale gezondheid, en die sociale gezondheid staat de laatste jaren onder druk. (...) Een almaar grotere groep mensen voelt zich eenzaam en een groeiend aantal mensen denkt dat er niemand voor ze klaarstaat als ze steun nodig hebben.’ 

Hij doet een oproep om meer ‘verbinding te creëren en het sociale weefsel in de samenleving te versterken’. 

  1. Echt contact maken - in plaats van achter schermpjes het contact juist te verkleinen, lees eens mijn recensie De aandacht verloren van Johann Hari.
  2. Laat mensen participeren. ‘Ze moeten betrokken worden bij belangrijke beslissingen en ze moeten zich vooral betrokken voelen’.
  3. Laat mensen zich identificeren met hun straat, wijk of dorp/stad. Burendag, straatkunst, samen eten, samen de buurt verzorgen.


Er is nog een andere laag of verdieping, zo je wilt, in de ontmoeting en dat is in het boek ‘Alles begint met ontmoeten’ van Henk Bosch het goddelijke of gewoonweg God. Er is een herkenning van het diepe menselijk zijn waar het spirituele doorheen komt. We herkennen ons in de bezieling. 


In een gesprek dat Henk Bosch heeft met de door hem bewonderde auteur Babah Tarawally uit Sierra Leone, maar hier al heel lang woont, herinnert die hem aan het idee dat er ook een ‘Wij is en het Ik’. In het Wij leeft het Ik, en in het Ik leeft het Wij. In een strak georganiseerde geïndividualiseerde samenleving als de onze een lastig te bevatten idee. Ik ben als Ik ook Wij.

Ron van Es

Inspiratie

Vertroostingen - Dirk De Wachter

Op een andere planeet kunnen ze me redden - Lieke Marsman

De kunst van mensen kennen - David Brooks

Naar een nieuw samen, een pleidooi voor meer verbinding - Ap Dijksterhuis