Drift and Mastery
Waar de sociale structuren instorten - ongelijkheid, segregatie, financiële kloof - en door klimaat ontwrichting er ook een crisis in aantocht is als het gaat om voedselzekerheid, opwarming, biodiversiteit, zal de lokale samenhang tussen mensen steeds belangrijker worden. Ik bedoel dan niet de schuilkelders of de hulp die mensen elkaar bieden die de overheid nu zo propageert in verband met oorlogsdreiging, maar het nabuurschap, het elkaar ondersteunen in samenleven.
Die lokale gemeenschap, of meenten, of met een Engelse term, commons, is op het platteland nog steeds sterk, en in de stad veel minder. Toch is het elkaar vinden, opvangen, en het creëren van mogelijkheden in bijvoorbeeld energie, voedsel, zorg, onderwijs daarvan afhankelijk de komende periode. Het is duidelijk dat de landelijke overheid niet veel verder zal komen dan een poging tot reguleren, maar daarin jammerlijk faalt. Ook een nieuwe verkiezing gaat daar niets in veranderen.
Het zal, zoals Jan Rotmans vaak heeft verteld, niet een ‘tijdperk in verandering’ worden, maar een ‘verandering van tijdperk’. In de huidige periode, de zogenaamde ‘tussenruimte’ waar ik in het boek ‘Het is tijd’ uit 2019 al over schreef en de podcastserie die ik samen met Raf Stevens daarna maakte met o.a. Wouter van Noort, Anneloes Smitsman en Kees Klomp, over die term, ging ik er nog vanuit dat het bedrijfsleven de transitie naar een ‘verandering van tijdperk’ zou gaan maken. Die gedachte heb ik intussen moeten loslaten. Het bedrijfsleven zit gevangen in een misrekening dat de economie die verandering niet gaat trekken. Het gevolg zal zijn dat juist dat systeem en denken het niet gaat halen. Als én de overheid én het bedrijfsleven de kar niet zullen trekken, blijft er maar één groep over: de burgers. Wij dus.
Zo kwam ik uit bij Robert Putman (1941), hoogleraar bestuurskunde bij Harvard University en beroemd politicoloog in Amerika. Hij onderzocht de werking van de ‘civil society’ met een analyse op hoe economie, sociale samenhang, culturele beleving en politieke uitwerking Amerika de afgelopen eeuw heeft groot gemaakt en het ook weer heeft afgebroken. Zijn bekendste werk heet ‘Bowling Alone’
Ik las zijn laatste boek The Upswing waar in de opmaak van de cover de I in de titel nadrukkelijk is gemaakt, en dat tegenover de W in de ondertitel: How We Can Do It Again.
Het tijdperk van de ik tegenover de wij. En ook zou je niet denken in deze woelige tijd van oorlog, vernietiging, verrijking van enkelen, en egoïstische politieke besluitvorming, er zal een ‘verandering van tijdperk’ komen. Dat is geen wishful thinking, dat is eenvoudig de geschiedenis die ons laat zien dat na ineenstorting van een orde, en na de chaos, er - ook noodgedwongen - ruimte is voor het meest essentiële: aandacht voor elkaar.
Een heel bijzonder hoofdstuk in The Upswing, waarin Robert Putman verteld hoe Amerika een eeuw geleden bij elkaar kwam in allerlei wetgeving waar iedereen een volwaardige plek kreeg, waar aandacht was voor de extreme armoede, hoe de samenleving kon groeien door aandacht te geven aan welzijn. Maar ook hoe Amerika dat allemaal weer verloor. Achterstand op alle gebieden, ik hoef het je niet uit te leggen als je het nieuws een beetje volgt. Hoe kan Amerika de weg omhoog weer vinden? Hoe kunnen we het weer opnieuw doen, is zijn uitdagende vraag. In dat hoofdstuk Drift And Mastery, vrij verteld de drift, het gedreven-zijn, en meesterschap, haalt hij de schrijver Edward Bellamy aan (1850-1898) die de roman ‘Looking Backward 2000-1887’ schreef. In die roman valt de hoofdpersoon in 1887 in een diepe slaap om pas weer in het jaar 2000 wakker te worden. Wat hij daar aantreft is een samenleving die al de utopische dromen heeft waargemaakt die men in 1887 had. De roman is dé tegenhanger in feite van de dystopische roman 1984, waar George Orwell in 1948 tegen de toekomst aankijkt als een horror-event. De roman van Edward Bellamy wordt een bestseller trouwens, een roman die de toekomst voorstelt als een 'verandering van tijdperk’.
In dat hoofdstuk van het boek van Robert Putman - na een stevige analyse waar als samenleving Amerika heeft gefaald en de noodzaak om weer te veranderen naar een samenleving met oog voor welzijn voor allen - somt hij een heel stel mensen op die vanaf dat jaar, 1887, zelf de handschoen opnamen voor een sociale structuur. Mensen van allerlei soort, vrouwen, mannen, mensen die oog kregen voor de misstanden.
Drift and mastery dus. Wat drijft je en waar ga je dat voor inzetten? Zoals Rutger Bregman dat deed na publicatie van zijn boek Morele Ambitie en zijn oproep aan jonge mensen: wat ga jij veranderen? Drift and mastery. Zoals Marcel Kampman dat nu doet met zijn project Gesamenluk, een huisvesting - en gemeenschapsontwikkelingsplek in een verlaten ziekenhuis in Meppel. Drift and mastery. Zoals Jaap Fris en Niels Moshagen dat doen als zij-instromers, maar intussen volwaardige boeren op een regeneratieve boerderij Erve Kiekebos. Drift and mastery. Zoals De Veranderschool en de Groene Afslag dat doen van Wouter Bakker en Lucas Mol, waar ze bouwen, in een oude kazerne nota bene, aan nieuw, circulaire mini-dorp in ’t Gooi waar ze via kennis en kunde een ander economisch model laten zien. Drift and mastery. En zo zijn er natuurlijk velen.
Robert Putman schrijft in zijn boek dan deze laatste alinea, en die geldt voor alles en iedereen: ‘This task will not be an easy one, and nothing less than the success of the American experiment is at stake. But as we look to an uncertain future we must keep in mind what is perhaps the greatest lesson of America’s I-we-I century: As Theodore Roosevelt put it, “the fundamental rule of our nationale life - the rule which underlies all others - is that, on the whole, and in the long run, we shall go up of down together.”
Ron van Es