Han Leeferink
De oosthoek van de Melkweg
De oosthoek van de Melkweg
Niet vaak bespreken we bij de Betekenis Boeken Club romans. De reden is dat juist bij romans de zeer persoonlijke smaak van de recensent altijd op de voorgrond komt te staan. Als neerlandicus met ontzettend veel romans in mijn rugzak weet ik dat als geen ander. Want wat is nou een goed boek, wat schudt je door elkaar, in welk boek blijf je doorlezen, verwonder je jezelf, of lig je soms wakker van. Ik zou hier een mijn rijtje kunnen op noemen en jij zult misschien je schouders daarbij optillen.
Het boek van Han Leeferink kreeg ik opgestuurd door de uitgever Hapé Smeele die ik ook interviewde voor een bijzondere podcastreeks die ik samen met Raf tevens maakte. Hapé bestiert een heel bijzondere uitgeverij met echt fantastische boeken. Al genoeg reden om zijn verzoek het boek van Han Leeferink eens te lezen ook te ondernemen.
Het boek kent een merkwaardig begin: een jongen van zestien – Axl heet hij – verdwijnt van het toneel zonder waarschuwing, lijkt zich te verliezen in de stilte, in de poëzie, in de leegte van het bestaan. Zijn zus Lisa – zoekend naar vorm en betekenis – drijft haar zoektocht naar Axl in een richting waarin fictie en werkelijkheid elkaar raken en misschien zelfs overvleugelen. En dan is er Tomas, schrijver, die in de schaduwen van hun levens zijn eigen poging tot ontsnapping ziet – van herinnering aan kindertijd, van het lawaai van de wereld, van de beelden die ons voorgeschoteld worden.
Wat Leeferink hier voorlegt is geen conventionele roman. Het is eerder een literair spel, een zwerftocht door de grenzen: tussen leven en dood, tussen taal en mystiek, tussen het wereldlijke en het goddelijke. Wat mij vooral trof is de manier waarop Leeferink taal inzet met bijna een sculptuur van zinnen met veel verwijzingen naar kunstenaars en schrijvers.
‘De oosthoek van de Melkweg’ is een hechte roman die je als lezer uitnodigt om de stilte en de poëzie van het leven te ervaren. Vragen die blijven hangen zijn: Waarom kiest Axl voor de dichterlijke vlucht? Wat zegt dat over onze tijd, waarin stilte vaak automatisch als leegte wordt gevoeld? Wat is de grens tussen fictie en realiteit – Lisa’s zoektocht suggereert dat we in ons hoofd al fictie zijn, of dat fictie de enige manier is om onszelf echt te vinden. En dan de rol van de schrijver – Tomas als alter ego of spiegel van de lezer; wat doet de schrijver hier anders dan de dichter? En tot slot: de mystiek, de leegte, de taal – hoe vaak lezen we een roman en denken we: hier probeert iemand het onzegbare in te vangen?
Maar dit alles hier geschreven te hebben, mijn observatie is met deze roman weer heel persoonlijk.
Ron van Es