Mariëlle van Esch

Je lichaam is je bondgenoot, als ziekte betekenis heeft

Uitgeverij De Verhalerij


Je lichaam is je bondgenoot


Dit boek gaat over gezondheid en ziek worden. Over ziek zijn en gezond willen worden. Over hoe je lichaam een verhaal vertelt en hoe je door te luisteren dat lichaam leert begrijpen. 


Op de achterflap schrijft Mariëlle van Esch: ‘Mijn lichaam 'deed' het altijd. Ik was energiek en fit. Voelde me op mijn plek in mijn lijf en leven. Alles bereikt wat ik wilde bereiken en meer. Borstkanker? Dat was iets wat mij niet zou overkomen. En ineens was ik wél degene wiens borst geamputeerd moest worden en werd ik overvallen en verslagen door mijn eigen lichaam.’


Ik las het boek en het trof hoe eerlijk en soms ‘in your face’ het boek geschreven is. Eerlijk, oprecht en vooral heel leerzaam hoe we als mens - laat ik mijzelf als voorbeeld nemen - ons lichaam vergeten mee te nemen op de reis die we maken. 


Maar ook leerzaam hoe de mallemolen van de gezondheidszorg wel en niet meewerkt met patiënten. Misschien ook overspoeld door de persoonlijke vragen van patiënten, misschien niet goed bestand tegen een persoonlijk contact (er zijn veel patiënten en hoe zorg je ervoor enige afstand te houden?). 


Marielle van Esch schrijft dan over die lange, soms eenzame, reis als patiënt en hoe ze zich niet als slachtoffer opstelt en over levert aan de gezondheidszorg. ‘Ik heb geprobeerd de stem van mijn lichaam te verstaan door betekenis te zoeken in het krijgen van borstkanker. Het ging er bij mij gewoon niet in dat ik zomaar borstkanker kreeg.’


Daarmee is haar boek - dat letterlijk een dagboek is geworden - een inzichtelijk document geworden. ‘Maar het heeft veel gekost. Alles wat ik moeilijk vond en vind in mijn leven ben ik tegengekomen. (...) Het risico nemen om mijn waarheid de wereld in te brengen was een moeilijke stap.’


Zo volg je als lezer die waarheidsvinding, die soms pijnlijk, soms zeer openhartig is, van moment naar moment, en wel vanaf de diagnose naar de laatste bladzijde op 6 oktober 2024. ‘Het is voorbij. Het proces is gelopen. Het patroon doorgewerkt. (...) Als ik ga zitten en me concentreer staat meteen mijn naakte lichaam voor me. Mét mijn gehavende voorkant. Ik ontvouw mijn handen. Ik voel haar energie in mijn handen komen.’


Goede tijd

Ik las voor de Betekenis Boeken Club eerder boeken over de reis die een patiënt maakt, zoals het boek van Roek Lips ‘Dit kan ook een goede tijd zijn, over tegenspoed en levenskracht. Het boek is de reis van Roek als hij out of the blue hoort dat hij acute leukemie heeft. Geen verslag - het is een reis met alle ups en downs, met de inzichten die zo’n reis nu eenmaal geven, met de schaduwen op de muur die meereizen, met de momenten van besef dat we als mens zo waanzinnig kwetsbaar zijn, overgeleverd ook aan ziekenhuizen, medici, verpleegkundigen en medicijnen waarvan we daarvoor nooit  hadden gehoord. Het getuigt van grote moed van Roek om zijn reis zo te beschrijven met zichzelf als middelpunt - het maakt dat ik voelbaar en bijna tastbaar naast hem kan staan, mee kan kijken, de teleurstellingen zo kan begrijpen en ook het verdriet kan voelen. 


Vertroostingen

En ook het boek van Dirk De Wachter, die plots te maken krijgt met kanker en ‘Vertroostingen’ schreef. Een boek dat begint bij het constateren van zijn eigen ziekte, de kanker, om dan uit te wijden over de vele vormen van troost die we zo nodig hebben. De troost bij de ander. De troost van het kleine goede. De troost van de rituelen. De troost van het samenzijn. De troost in de filosofie. En ga zo maar door. Dirk de Wachter kan zijn reis met zijn ziekte zo treffend omlijsten met die alomtegenwoordige behoefte aan troost. Zoals zijn ontmoeting met die verpleger op de intensive care. ‘Die man passeerde mij maar één dag en één nacht in mijn leven, maar ik zie hem nog altijd voor mij. Zijn aanwezigheid, zijn geëngageerde aanwezigheid maakte die dag en die nacht het verschil. Dat was de kern: er willen zijn voor iemand. Hij waste me en hoe ongemakkelijk ik dat normaal zou vinden, zo verrassend troostend was het om me aan die complete machteloosheid te kunnen overgeven.’


Storm

Of het prachtige boek ‘Als de storm komt, filosofie als houvast bij trauma’ van Kelly Janssen over haar strijd tegen kanker en hoe zij troost vond bij de filosofen. Teruggeworpen worden op jezelf in al die twijfels over het leven en hoe het nu verder moet, maakt ook dat ‘als je je bewust wordt van jezelf, je ook bewust wordt van je gevoel’ vertelt de filosoof Andries Visser, expert in het denken van Kierkegaard haar. ‘Er is een voortdurende beweging in jezelf en je bent voortdurend in gesprek met jezelf.’ 

En dat, schrijft Kelly Janssen ergens verderop, is er de keuze ‘om naar jezelf te luisteren’ en de regie te pakken. ‘Woorden die ik nu geloof, maar waarin ik in die eerste weken net na de diagnose verdronk.’


En weer gaat het verder, langs gesprekken en gedachten over filosofie. Over leven en dood en vooral over overleven. Hoe? Bijvoorbeeld door Epictetus aan te halen: ‘Je moet niet verlangen dat de dingen gebeuren zoals jij wilt dat ze gebeuren, maar je moet de dingen willen zoals ze gebeuren: dan zal je levensweg gelukkig zijn.’ Maar ja, ga er maar aanstaan als de kanker op je stoep staat en je boven twee jonge jongens gein hoort trappen op hun kamer. Hoe stoutmoedig ben je dan om het leven te accepteren zoals het op je af komt? 


Reis

En elke keer is de reis van de zieke mens een ontdekkingstocht. Niet alleen de eigen ziekte staat daarin centraal, of het beter willen begrijpen wat er nou gebeurt met je lichaam of waarom. Maar het is het uitreiken naar iets dat dit alles lijkt te omvatten. Noem het de diepere zin van je bestaan, noem het het kleine gebaar van een medemens, noem het de grote liefde die je omringt in je eenzaamheid. 


En ook Mariëlle van Esch getuigt daarvan in haar boek. Het is relatie met haar lichaam dat het verhaal deelt van haar bestaan. Dat ze leert ontdekken. Een relatie die soms wankel en onbestendig is en ook flinke klappen kan uitdelen. ‘Tijdens mijn meditatie zie ik mezelf voor me. Bloot. Mijn lichaam is woedend op mij. WOEST. Dat ik haar dit geflikt heb. ‘Hoe heb je me dit kunnen áándoen? Dat gesodemieter met mij.’ 


Het boek ‘Je lichaam is je bondgenoot’ is die opgetekende reis van een mens met een lichaam in nood en dat, net als de boeken hierboven, heel goed bruikbaar zijn in de lessen van zorgend personeel, op alle niveaus. Hoe leren we dan dat ziekte ook een betekenis heeft en niet enkel weggesneden of gemedicaliseerd moet worden. Ik schrijf bewust ‘niet enkel’, ik hoop dat je dat goed leest. 


Mooi zijn dan de laatste zinnen van Mariëlle van Esch op het eind van haar boek bij het zien van haar lichaam die haar een boodschap meegeeft in een meditatie: ‘Je doet het goed, ontspan maar’. Ze draait zich om en zwaait naar mij. Als ik haar zie vertrekken zet ik mijn rechterhand als een toeter aan mijn mond en zeg geluidloos: ‘Ik hou van jou’. Ze ziet het. En weg is ze.’


Ron van Es


Koop het boek hier

Lees ook deze boeken

Dit kan ook een goede tijd zijn, over tegenspoed en levenskracht - Roek Lips

Als de storm komt, filosofie als houvast bij trauma - Kelly Janssen 

Vertroostingen - Gewone woorden van Dirk De Wachter 

De zin van de dood, een spiegel voor de onzin van het leven
 Trodessa Barton