Douglas Harding

Van daar naar hier, over de herontdekking van onze ware natuur

Uitgeverij Samsara


Van daar naar hier


Douglas Harding (1909 - 2007) werd geboren in een christelijk fundamentalistische sekte, de Exclusive Plymouth Brethren, een gegeven dat zijn leven zou bepalen. Eenmaal gebroken met dat verleden ging hij op zoek naar betekenis van leven en bewustzijn. Via meditatie en oosterse wijsheid, met name het idee van non-dualiteit, kwam hij op het idee van een ‘hoofdloze toestand’. Hij schreef daarover ‘On Having no Head’ (‘Leven zonder hoofd - Zen en de herontdekking van dat wat is’).


Over dat ‘hoofdloos’ zijn gaat ook dit boek met voorin twee uitgeschreven workshops van Douglas Harding plus een aantal gesprekken met hem. ‘Wat ik ben, hangt af van de plek van waaruit je naar me kijkt.’ 


Het ik, of daar we het zelf tegen zeggen, is dus een kwestie van perspectief en waarneming. Wie zie je als je in de spiegel kijkt? En wie of wat ligt er achter dat gezicht? Is er een waarneming van een tweede zelf, een ziel? Iets dat wie je ten diepste bent? Een, zoals Harding dat beschrijft, bewegingloos en altijd aanwezig Zelf? Een toestand van het onbewuste dat je bewust kunt waarnemen dus. 


Verleden, heden, toekomst

Zelf ben ik opgeleid als psychosyntheticus, in de gedachten van Roberto Assagioli, tijdgenoot van Carl Jung. Als psychiater wilde hij zoveel mogelijk zijn werk wetenschappelijk onderbouwen. Wat nemen we waar? Hoe kunnen we, wat we waarnemen, onderbouwen in een collectieve beschrijving? Wat kunnen we dus, met elkaar als mensen, weten van ons eigen bewustzijn en een collectief bewustzijn.


Door een lijn te trekken, via ons patroon van gedragingen, kunnen we ‘afdalen’ in ons verleden en dat in het heden duiden. We kunnen ons leven en ons bewustzijn van alle kanten bekijken, beoordelen, en dat wat we niet wisten (onbewust) leggen we bloot. Wat we er verder mee doen is dan aan ons.


Maar in het heden is er ook dat verlangen naar zingeving. Is er ook het besef dat we onderdeel zijn van een systeem. Van een evolutie. Van een — kosmische — omgeving. Er is geen mens die ‘s nachts naar de sterren kijkt en denkt: het zal wel. Iets doet een beroep op ons. De vraag is wat dat ‘iets’ dan is?


Roberto Assagioli voegde een dimensie toe aan onze lijn van verleden en heden en noemde die — logisch — toekomst. Niet een toekomst in chronologische zin, maar een toekomst in onze ontwikkeling als persoon. We ontwikkelen ons dus in zingevende behoeften. We willen in diepste zin liefhebben — ook onze naasten. We willen in onze kern het goede (daar ben ik van overtuigd). We willen een gemeenschap om in vrede en voorspoed te leven. We groeien dus net als in de natuur naar het licht toe en leren van ons verleden en heden. Alles wat ons tegenhoudt in die zingevende zin zijn resten van ons eigen verleden — opvoeding, omgeving, overtuigingen — die zorgen dat we in ons brein en gedrag haat blijven voeden. Door die haat raken we van de weg, verdwalen we in ons geweld, raken we zoek in onze angsten.

De toekomst die Roberto Assagioli schetste komt niet enkel van onze logische reis van verleden naar heden naar toekomst — voortgedreven door ons verlangen — maar wordt ook geïnspireerd door een kosmisch bewustzijn. Het groeien naar een licht dat daar schijnt, de buitenwereld buiten de grot, een werkelijkheid voorbij dat wat we zelf zien en ervaren. Of juist daardoor kunnen gaan zien en ervaren.


Dis-identificatie

Ik moet denken aan een oefening, die ik ooit deed onder leiding van Douwe Tiemersma (Advaita leraar van de Upanishads) en en die simpel en eenvoudig was, maar die, doordat ik erin op wilde gaan, zoveel bracht in mijn denken over het bestaan. Dit is die oefening: ‘Ga rechtop in een stoel zitten en sluit je ogen. Neem je zelf, je lichaam, je houding in die stoel waar. Verbeeld je dan eens dat rechts van je een open ruimte ontstaat. Die ruimte wordt steeds groter en groter. Doe datzelfde met de ruimte aan je linkerkant. De ruimte daar wordt groter en groter. Zie je hoeveel ruimte er is, rechts en links naast je? Doe dat nu ook met de ruimte boven je. En daarna met de ruimte onder je. Jij bent dus, zittend op die stoel, iemand in een oneindige ruimte.’ 


De oefening van Douwe gaf me vooral vrijheid. Vrijheid om te onderzoeken wie ik ben in die oneindige grote ruimte. En het bracht me terug bij een andere oefening die ik jaren daarvoor eens deed. Net zo’n soort oefening, net zo simpel en net zo waar. Het is een oefening die ‘disidentificatie’ heet. Eigenlijk een oefening om los te laten en te omarmen. Of anders gezegd: vanaf een afstand naar jezelf kijken. 


Dis-identificatie 2

De oefening die ik leerde bij mijn studie psychosynthese gaat als volgt: ‘Ga zitten op een stoel en concentreer je op je houding. Neem dan in je verbeelding je lichaam waar. Loop even alles langs. Neem dan waar dat je een lichaam hebt, maar meer bent dan je lichaam. 


Ga dan met je aandacht naar je denken. Zie als het ware je denken en hoe alles heen en weer schiet. Neem dan waar dat je weliswaar je denken hebt, maar meer bent dan je denken. Je hebt dus je denken, maar bent meer dan je denken. 


Ga nu met je aandacht naar je gevoel. Voel al die verschillende gevoelens. Neem dan waar dat je gevoelens hebt, maar meer bent dan je gevoelens. Je hebt dus een lichaam, maar bent meer dan je lichaam. 


Je hebt je denken, maar bent meer dan je denken. Je hebt gevoelens, maar bent meer dan je gevoelens. En toch ben je er nog steeds! Los van lichaam, denken en gevoel ben je die kern, dat zijn.’ Deze oefening raakte me als een mokerslag. Rondcirkelend in mijn eigen gedachten en gevoelens kwam ik namelijk geen steek verder en kwam ik ook steeds weer op hetzelfde punt uit. Nu ik dat doorbroken had door te begrijpen dat ik wel gevoelens, denken en lichaam had, maar ook had ervaren dat ik meer was dan dat, kwam ik onmiddellijk verder en kon vanaf dat steeds maar zelfde punt een nieuwe weg inslaan. De weg die naar dieper weten leidt.


Ruimte

In een vraag verderop in het boek aan Douglas Harding wordt gevraagd naar ruimte. ‘Eigenlijk kom je erachter dat je de bewuste Bron van alles bent. Met andere woorden, ik ben God waar ik ben. Dat is zo anders dan me voorstellen dat ik een persoon ben. 


Harding antwoordt dan: Ja, je hebt drie mogelijkheden. 

1. Een ervan is dat ik ben wat de maatschappij me leert over mezelf te vertellen, namelijk dat ik een mens ben, net als degenen die ik om me heen zie. 

2. De tweede is alleen maar Ruimte - leegte voor andere mensen, niets dan leegte, een vacuüm dat gevuld wordt met dingen. 

3. En het derde is het besef dat er een Hier is. Het komt van buitenaf naar binnen, het is een volkomen mysterie. Maar ik ben Dat


Met Dat doelt Harding dan op de samensmelting met het zelf en de ziel, of het hogere zelf. Daar is de non-dualiteit. Er is één geheel. En het gezicht achter het gezicht in de spiegel. Het voelbare meer. Het verlangen te zijn. 


Ron van Es


Koop het boek hier

Lees ook deze boeken

In de sterren het staat geschreven, de reis, de bestemming - John de Ruijter

Sterrenstof zijn wij - ontzagwekkende inzichten uit de wetenschap die hoop geven - Margot Brouwer

Project Paradijs, de visie van de nieuwe aarde - Gysela Jongebreur