Kees Klomp
Ecoliberalisme,
een veranderverhaal over ware vrijheid
Uitgeverij De Geus

Koop het boek hier

 

In een korte mailcorrespondentie tussen Ron van Es, hoofdredacteur van de Betekenis Boeken Club  en Kees Klomp, auteur van zijn nieuwe boek Ecoliberalisme onderzoeken ze samen het boek van Kees.

Wat opvalt is de term 'geluk' of gelukkig zijn. Lopen we vast in ons eigen welzijn, dat overvleugeld wordt door het streven naar welvaart? 

Dag Kees,


Je nieuwe boek ‘Ecoliberalisme, een veranderverhaal over ware vrijheid’ is bepaald niet onopgemerkt gebleven. Interviews in kranten, op de radio, op online platforms; het was alsof we allemaal hebben gewacht op dit boek? Ervaar je dit zelf ook? 


Je begint je boek met een quote van Ernst Friedrich Schumacher, econoom. Wikipedia schrijft over hem: ‘Hij is bekend door zijn kritiek op de westerse economieën en zijn voorstellen voor op menselijke maat aangepaste en gedecentraliseerde technologieën, een pleidooi voor kleinschaligheid.’ het citaat bevat deze zin: ‘To be able to find it (wisdom), one has to liberate himself.’ 


Liberate, daar gaat je boek natuurlijk over. Bevrijden van de (opgedrongen) ideeën over hoe te leven in een bedachte economie die, naar nu ten volle blijkt, de planeet met iedereen die erop leeft naar de klote helpt. Ik zeg het maar even op z’n Rotterdams. Het citaat van Schumacher gaat dan verder: ‘Insights of wisdom enable us to see the hollowness and fundamental unsatisfactoriness of life devoted primarily to the pursuit of material ends, to the neglect of the spiritual.’ 


Ik weet het, je hebt het vaker betoogd en ook in je boek: ons huidige systeem van overwaardering van economisch handelen leidt tot een geestelijke leegte. Een geestelijke leegte die door het kopen van nog meer spullen niet opgeheven wordt, maar juist versterkt. Betekent dat niet dat - zoals je ondertitel ook luidt - dat wij onze ware vrijheid moeten hervinden in onszelf. Met andere woorden, zoals de Grieken al duidden,: ‘Ken u zelve’? 


Langer geleden toetste ik die gedachte met een simpele formule: V = Z X M X T. Vrijheid, waar jij ook naar verwijst, ontstaat door eerst het Zelf te onderzoeken om daarna pas na te gaan denken over de eigen Missie in het leven om daarna pas de aanwezige Talenten te ontdekken en toe te passen. Het is dus precies andersom dan bijvoorbeeld scholen en universiteiten toepassen, die aan de deur vragen wat je kan en wilt, om eventueel daarna pas studenten na te laten denken wie ze zijn. 


Ik vind jouw begrip ‘bestaanspijnen’ dan ook - met de vier z’en (Zin, Zelf, Zijn en Zekerheid) een uitstekende omschrijving van ons huidige bestaan. ‘Bestaanspijn zijn universeel. Ieder mens heeft ze en ieder mens lijdt existentieel dezelfde pijn’. Mijn vraag is: resoneert deze boodschap - die toch ook weer confronteert - bij het publiek waar jij voor spreekt? 


Groet, Ron. 


Dag Ron,


De bestaanspijnen zijn een gegeven. Ze zijn onontkoombaar. In de existentiële therapie en filosofie worden ze ook wel beschreven als 'de menselijke conditie'. Ze maken ons tot de soort die we zijn. Omdat wij een zelfbewust wezen zijn, zijn we ons gewaar van onze sterfelijkheid. We weten dat we leven en we weten ook dat we sterven. Dat bewustzijn - van de leegte van het leven - is ondragelijk pijnlijk, en dus proberen we het zoveel mogelijk te vermijden of te bestrijden. Die vermijding of bestrijding is geen teken van zwakte, maar eveneens een heel normaal onderdeel van mens-zijn. We doen het allemaal. We hebben allemaal een existentieel coping mechanisme, dat de bestaanspijn afweert.


Het is voor mij daarom ook volstrekt logisch dat mensen niet staan te juichen als ik betoog dat geluk niet schuilt in de afwezigheid van pijn, maar juist in het omarmen ervan. De dominante versie van geluk in onze moderne, westerse samenleving is eigenlijk 'coping geluk' oftewel genot. Het zijn extrinsiek gecreëerde momenten van tijdelijke afwezigheid van pijn; momenten waarin we met succes worden afgeleid en/of de bestaanspijn tijdelijk weten te vermijden. De vergelijking met verslaving dient zich in dit kader aan. We gebruiken de consumptie van goederen als genotsmiddelen; als manieren om ons eventje lekker te voelen. 


Met een existentiële bril op, heeft dat echter niets met geluk te maken. Geluk is dan namelijk de gemoedsrust en gelijkmoedigheid om het leven zoals het is te omarmen. Het gaat om een vaardige omgang met de menselijke conditie in plaats van een vaardige vermijding of bestrijding daarvan. Geluk is het vermogen om de inherente mens-pijn te verdragen. Het heeft dus niks te maken met extrinsieke omstandigheden maar met intrinsieke vaardigheden. We kunnen leren om met de pijn te zijn. Daarmee bevrijden we ons uit de coping-tredmolen en zijn we echt vrij.  


Ik merk dat dit handelingsperspectief ervoor zorgt dat mensen bereidwillig zijn om de confrontatie aan te gaan en bij zichzelf ten rade te gaan of ze gedreven worden door genot of geluk, of door afleiding of aanvaarding. Het erkennen van het verschil is wat mij betreft essentieel om de stap naar economische systeemverandering te maken.   


Groet, Kees

Dag Kees,


In het hoofdstuk ‘Ook geluk is een verhaal’ schrijf je over de aanname dat meer welvaart tot meer geluk leidt. We weten natuurlijk dat dit niet waar is, en dat mensen die zich ongelukkig of depressief voelen geneigd zijn gelukkige momenten te kopen. Dat geluk zit dan in spullen, of eten, en werkt op zich verslavend. Je noemt de econoom Richard Easterlin die aantoonde dat geluk niet zit in meer welvaart = inkomen. Ik begreep dat er verschillende studies zijn gedaan - in Amerika - om aan te tonen dat er een inkomensgrens is en dat daarboven je niet per se gelukkiger wordt. Andere studie spreken dat weer tegen. Hoe dan ook, ik ben ervan overtuigd, ook door mensen te spreken die welgestelden bijstaan met hun investeringen, dat veel geld je niet gelukkig maakt. Toch blijven we maar, als hamster in dat ronddraaiende wiel, achter dat idee van geluk of genot aanrennen. 


Zelf kom jij dan met ‘vijf soorten geluk’. Met hulp van een gelukspiramide laat je zien dat echt geluk ontstaat in de weg naar boven in die piramide, van genot naar geluk, waar bovenin vooral ‘vrede’ met het bestaan wordt ervaren. Dat benoem jij dan als peacegeluk, een geluksbeleving die niet afhankelijk is van externe omstandigheden. 


Natuurlijk - en dat ben je vast met me eens - zijn er genoeg mensen die moeten ploeteren en worstelen in het leven doordat externe omstandigheden hen tarten, zoals schulden, armoede, achterstelling op maatschappelijk vlak, disciminatie etc. Lastig om dan peacegeluk te ervaren, hoewel dat zelfs in die omstandigheden misschien te leren is. 


Maar mijn vraag is vooral hoe we mensen in deze samenleving, waar men ons maar steeds laat jagen op de eerste treden van de piramide, het zoeken van plezier, we moeten het vooral leuk hebben en de volgende trede, de prestige van bijvoorbeeld carrière, en dus geld, afhelpen van die verslavende gedachten. Ik moet denken aan de journalist Johann Hari die het boek ‘De aandacht verloren’ schreef en waarin hij spreekt met tientallen wetenschappers over onze digitale verslaving. Ook daar komen we maar niet vanaf. In hoeverre zijn we toch teveel die hamsters in dat wiel, en beseffen we jouw boodschap in je boek wel, maar gaat het ons domweg niet lukken? Wat, met andere woorden, is er voor nodig om echt de trap van de piramide omhoog te klimmen?

Groet, Ron


Ha Ron,

Dank voor je constructieve repliek. Geluk - of welbevinden zoals ik het prefereer te noemen - is een subjectieve aangelegenheid. In de gelukswetenschap proberen onderzoekers geluk te meten door de beleefde levenstevredenheid van individuen te vangen.

De data-vergaring die daarvoor wordt gebruikt zal ongetwijfeld voldoen aan alle empirische kwaliteitseisen, maar een inherente zwakte is-en-blijft de vooronderstelling dat mensen eenzelfde criterium voor levenstevredenheid hanteren. Wat we vervolgens zien gebeuren, is dat een hogere levensstandaard leidt tot meer levenstevredenheid. Dat is natuurlijk volstrekt logisch, want het leven is een stuk comfortabeler met geld om die comfort te veroorloven.

Het is logisch dat mensen tevredener zijn over hun leven naarmate ze meer geld hebben om comfort te kunnen creëren. De zwakte van deze geluksduiding, is dat mensen dus ongelukkig worden als het hen aan geld en comfort ontbreekt. Met andere woorden; het reduceert geluk tot een 100% extrinsieke aangelegenheid. Geluk is zo geheel het gevolg van gunstige levensomstandigheden; van een leven dat tot tevredenheid stemt. Dat strookt voor geen meter met de boeddhistische versie van geluk. Voor boeddhisten is geluk een intrinsieke vaardigheid in plaats van een extrinsieke omstandigheid. Geluk staat voor gelijkmoedigheid en gemoedsrust. Je hebt er helemaal niets voor nodig; het komt uit jezelf. Dat past natuurlijk totáál niet bij onze hedonistische, materialistische, kapitalistische samenleving. In onze moderne, westerse samenleving zijn goederen de weg naar geluk.

Mensen associëren geluk met bezit van mooie spullen en een leuk leven. Geluk is een vrijstaand huis met een mooie auto voor de deur en een aantal luxevakanties per jaar. Als boeddhist kijk ik hier meewarig naar, omdat ik van mijn leraren heb geleerd dat dit materiële, extrinsieke pseudo-geluk futiel is. Het is eigenlijk geen geluk, maar genot. Het is een super oppervlakkige plezierervaring. Het geeft een zeer tijdelijke plezierprikkel die we verwarren met geluk, want het maakt ons blij, geeft een goed gevoel en stelt ons tevreden met ons leven.

Omdat het effect van genot per definitie tijdelijk en vluchtig is, moeten we het eindeloos herhalen. En je raadt het al, zo ontstaat er verslaving. We zijn massaal verslaafd aan genot in de hoop en verwachting dat spullen ons gelukkig kunnen en zullen maken. Maar dat kán helemaal niet. Goederen zijn gebruiksartikelen. Goederen zijn er niet voor gemaakt om ons gelukkig te maken. Wat mij betreft begint dáár het echte geluk; bij het opgeven van de illusie dat goederen geluk veroorzaken!

Groet, Kees



Naschrift: Wat Kees Klomp in zijn boek aanhaalt, het vinden van dat echte persoonlijke geluk is en zal het thema worden voor de komende tijd. Ontevredenheid, depressie zelfs, het zijn woorden die we veel terugvinden in het publieke debat en media. Het is opvallend hoe onze wereld groter is geworden en daarmee ook de problemen. Misschien zijn we wel mensen die helemaal niet globaal kunnen leven? De oplossing zal een lokale community zijn, een common zoals ook Kees die noemt, op kleine schaal leven, werken, onze wereld opnieuw inrichten. Maar komen we daar zonder kleerscheuren? Lukt het ons die draai te maken. Durven we dan te kiezen voor ons eigen geluk? Of zoals Kees aan het eind van zijn boek schrijft:


‘Laten wij kleine, gewone, werkende mensen de krachten dus bundelen en met alle beschikbare politieke middelen strijden voor een nieuwe systeem waarin de belangen van burgers en niet die van bedrijven centraal staan. Laten we onszelf en elkaar bevrijden.’


Ron van Es - founder & hoofdredacteur Betekenis Boeken Club